Zoals eind januari op deze website reeds gemeld, is door de gemeente een tijdelijke vergunning verleend aan Nedstede (Michael van de Kuit) om voor een periode van drie jaar vier padelbanen te gaan exploiteren in de Werkspoorhal op Oostenburg Noord. Een groep omwonenden is ongelukkig met dit besluit van de gemeente. Zij vrezen geluidsoverlast en ook lag er de belofte dat de Werkspoorhal altijd openbaar toegankelijk zou zijn en dat de hal een levendig centrum zou zijn voor de buurt. Die belofte is met de afgegeven vergunning verbroken. Stichting Buurtorganisatie 1018 heeft, net als een aantal individuele omwonenden en ook Stichting Over de Brug, bezwaar ingediend tegen de verleende vergunning. Ongeveer 25 direct omwonenden hebben dit bezwaar mede ondertekend.
Beeld: BO1018
Het bezwaar van BO1018 richt zich op een aantal heel specifieke punten. De gemeente weet nu al dat de padelbanen in de Werkspoorhal straks meer geluid zullen genereren dan wettelijk is toegestaan. Kan dan toch zo maar vergunning worden verleend en worden bewoners dan opgescheept met de verantwoordelijkheid straks zelf voor hun rust op te komen? Moeten ze er dan zelf voor proberen te zorgen dat de padelbanen alsnog worden verboden?
Daarnaast is door de gemeente, en ook door Stadgenoot, altijd beloofd dat de Werkspoorhal openbaar toegankelijk zou zijn. Dat standpunt is als kettingbeding vastgelegd in een anterieure overeenkomst en vervolgens in alle koopovereenkomsten meegenomen. Van de Kuit probeert via een overeenkomst met Stadgenoot en een financiële transactie dat kettingbeding van tafel te krijgen. Deze handelwijze is onbehoorlijk, en kan feitelijk beschouwd worden als bedrog. Dat geldt voor Van de Kuit, maar ook voor Stadgenoot en opvolger VORM. Deze handelwijze gaat ten koste van de gemeente, die alle reden had ervan uit te gaan dat met Stadgenoot een waarachtige overeenkomst was gesloten, maar gaat ook ten koste van bewoners. Stadgenoot heeft hen bij de verkoop van de appartementen voorgespiegeld dat ze in de buurt een bruisende gezellige Werkspoorhal zouden hebben. Daar komt nu niets van terecht. En mogelijkerwijs zal zelfs de waarde van de appartementen dalen door de continue geluidsoverlast.
Dit alles leidt ertoe dat de handelwijze van Van de Kuit en Stadgenoot gekwalificeerd kan worden als een onrechtmatige daad. Is de gemeente in zo’n geval gehouden een vergunning af te geven?
Of sterker: Mag de gemeente eigenlijk wel een vergunning afgeven als dat waar het om gaat (dat in de Werkspoorhal padelbanen komen) alleen mogelijk is geworden omdat er een onrechtmatige daad is gepleegd?
BO1018 meent van niet. Indien de gemeente de vergunning verleent, werkt zij feitelijk mee aan een situatie die is ontstaan door misleiding en contractbreuk. En dat is niet verenigbaar met beginselen van behoorlijk bestuur.